dinsdag 23 maart 2010

Het geluk van Newton



Isaac Newton (1643 - 1727) hoort met Albert Einstein en Galileo Galilei tot de drie grootste natuurwetenschappers. Dat vinden de meeste wetenschapshistorici.

Interview met Floris Cohen ivm zijn boek: Isaac Newton en het ware wezen.

Newton wordt vergeleken met zijn tijdgenoten zoals:
René Descartes (1596 - 1650): Hij was de laatste van de grote natuurfilosofen. Volgens Descartes was de lege ruimte gevuld met minuscule deeltjes, die elk met constante snelheid in een rechte lijn wilden bewegen, maar die elkaar daarbij zo in de weg zaten dat ze massaal grotere en kleinere wervels vormden. Zulke wervels zouden de planeten in hun banen houden. Descartes poneerde, als laatste ouderwetse 'natuurfilosoof' een overkoepelend model om de wereld te beschrijven, zónder dat met wiskundige formules en experimentele waarnemingen te onderbouwen.

Christiaan Huygens (1629 - 1695) en Robert Hooke (1635 - 1703) zetten zich tegen deze speculatie af. Huygens hechtte aan streng wiskundig redeneren. Hooke gaf zijn theorieën een anker met experimentele resultaten.

Maar Newton, die hun afkeer van vage speculaties deelde, stak hen allebei naar de kroon. Zijn wiskundig talent overtrof nog dat van Huygens.
In zijn Principia kwam alles in 1687 samen: superieure wiskunde, het strenge redeneren, en het steeds weer verbinden van de theorie met de waarneming. 

Toen Edmund Halley (1656 - 1742) langs kwam met Hooke's vermoeden dat een aantrekkende kracht, die afneemt met het kwadraat van de afstand, tot ellipsvormige planeetbanen leidt, had Newton het bewijs al in de kast liggen.
Newton pakte het bewijs weer op, zag de tekortkomingen erin en besloot het probleem écht aan te pakken. En perfectionistisch als hij was wilde Newton het probleem helemaal oplossen, zelfs al vergde dat 2,5 jaar onafgebroken inzet. Die tijd had Newton nodig om kracht te verbinden met versnelde beweging, en een appel met planeten.

Newton zocht 'het ware weten'?
Wat hem uniek maakt in zijn tijd is zijn geloof dat zekerheid in de natuurwetenschappen bereikbaar is. Met dat geloof onderscheidde hij zich van zijn tijdgenoten.
Huygens en Hooke geloofden dat de natuurwetenschap alleen zou kunnen beschrijven hoe de wereld waarschijnlijk werkt. Maar als waarschijnlijkheid het hoogst bereikbare is, leg je de lat in je werk minder hoog.

Tijdgenoten beschrijven hoe Newton ongekapt in koorhemd aan het diner verscheen, vaak zijn eten liet staan, soms in trance leek. Hij werkte als een bezetene, met een minimum aan slaap. Wie brengt 2,5 jaar zo door als waarschijnlijkheid het hoogst bereikbare is?

In de natuurwetenschappen is nu juiste hét terrein waarop het gelukt is uitspraken te doen die de dingen vastnagelen. Dat op 1 juli 2004 de Cassini-Huygens-ruimtesonde na zeven jaar precies zoals berekend bij de planeet Saturnus aankwam, dat we überhaupt een raket kunnen lanceren, dat is te danken aan Newtons wetten. 

Daarbij moeten we (natuurhistorici en beta's) niet in triomfalisme vervallen;  de natuurwetenschappen verkreeg daarmee ook niet het recht om zich over van alles en nog wat uit te laten.   

Fysica en ingenieurswetenschappen worden ook wel positieve of exacte wetenschappen genoemd. 
Volgens de Belgen staat diametraal daar tegenover de mens- of humane wetenschappen, waarmee de exacte wetenschap vanzelf inhumaan wordt.
En als buitencategorie of de verzoenende, innige combine:  (bio-)medische wetenschappen.

2 opmerkingen:

  1. Dat wordt bedoeld met het gezegde dat geloof bergen kan verzetten. Als je gelooft dat 'je het kunt', of dat met de wetenschap de absolute waarheid te bereiken is, of als je een ander ideaal hebt waar je heilig aan gelooft, dan werk je daar veel harder aan. Daarom is het ook zo funest als je geen motivatie meer hebt. Het is waarschijnlijk nog beter om aan iets te geloven dat niet klopt, dan om helemaal nergens een zin in te zien.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Is dat wel zo dat je de lat minder hoog legt als waarschijnlijkheid het hoogst haalbare is? Vaak wel, maar geldt denk ik niet voor iedereen.
    Een grote nieuwsgierigheid kan een enorme drijfveer zijn.
    Natuurlijk denkt/hoopt/wil men het mysterie (te) kunnen onrfafelen. Het geloof daarin stimuleert zeker.(meteen denk ik toch dat geloof hier niet het juiste woord is- er is een drang, een drive in zo iemand, hij kan niet anders..het is een willen weten)
    Ik vind bevlogenheid altijd mooi om te zien, het ligt wel dicht bij fanatisme.
    'In de Flow' zijn werkt ook verslavend.

    BeantwoordenVerwijderen